Posts tonen met het label momentje. Alle posts tonen
Posts tonen met het label momentje. Alle posts tonen

zaterdag 16 april 2016

Javaplein


Ik zie een grote boom, daaronder picknicktafels.
Schoolmeisjes staan in een kring Turkse pizza's met döner te eten.
Op het marmeren tafeltje staat een neppe vetplant, een cappuccino met kaneel.
Het bankje waarop ik zit is met een ijzeren slot vastgemaakt aan de tafel.
Een oude man op een scootmobiel vist een pakje melk uit het mandje aan zijn stuur en neemt een slok.
Een jonge vader zet zijn kind in de bakfiets en stopt een stapel kinderboeken in zijn schoudertas.
Vijf mannen in vijf verschillende kleuren zitten op het betonnen bankje.
Sommige mensen wonen hier. Boven de sportschool, boven de bibliotheek.
De zon breekt door.
Een kind in een buggy draagt een gebreide muts met een pompom bovenop.
Mijn jas kan uit.
Ik zie een groene fiets, een zwarte zadelbeschermer met witte polkadots. Banden zo dik dat ze niet tussen de tramrails passen.
Een man met een ringbaardje draagt een bananenplant over het plein.
Tram 14 rijdt voorbij. De postbode op zijn fiets.
Een jongen op een scooter steekt met zijn ellebogen op het stuur zijn sigaret aan.
Ik zie een meisje met oranje haren en een linnen tas van kattencafé Kopjes over haar schouder.
Een jongetje in voetbaltenue met een legging onder zijn broek, zijn kniesokken eroverheen.
Een oldtimer.
Het ene ogenblik een plein vol met mensen. Nog een keer kijken en er is bijna niemand meer.
Bert Jonk, de koel- en vrieswagenverhuurspecialist staat bij het kruispunt te wachten tot hij rechtsaf kan slaan.
Anna Sylvia speelt op 24 april in de Coffee Company.
Vaak zie ik mensen in hun eentje op een terras zitten. Ze schrijven. Ik kijk vol bewondering.
Nu zie ik mezelf.

zaterdag 16 mei 2015

Mijn schrijfcursus: een kleine geschiedenis

Ik heb dus een schrijfcursus gedaan. Mijn eerste korte verhaal is inmiddels een feit. Ik denk niet dat ik dat verhaal ooit hier zal plaatsen, want dat vind ik te eng. Het privilege (haha) dat verhaal te mogen lezen is slechts voorbehouden aan hen die zeer dichtbij mij staan. Lezers tot nu toe: mijn vriend. Oké, en mijn medecursisten en docent maar die tellen niet. Dat wordt nog wat als ik ooit mijn boek uitbreng.

Tijdens de cursus kregen we ook de opdracht om voortaan overal naartoe een notitieboekje mee te nemen. In dat boekje moeten we 'momentjes' verzamelen. Stukjes tekst van een paar regels, die allerlei gebeurtenissen van de dag kunnen beschrijven. Koffie in een café, in de rij voor de kassa bij Albert Heijn, een vergadering op het werk of - zoals in mijn geval heel vaak - gebeurtenissen op stations en in de trein. Momentjes zijn dingen die je zelf meemaakt, doet of denkt. Maar het kunnen ook gesprekken zijn die je hoort, of beschrijvingen van mensen die je opvallen. Je leert erdoor te luisteren naar hoe mensen met elkaar praten, gebeurtenissen feitelijk te beschrijven en inspiratie te halen uit alles om je heen.

De schrijfcursus duurde 15 weken. In de eerste vijf weken heb ik fanatiek in mijn notitieboekje geschreven. Heel veel momentjes verzameld. Bij een aantal momentjes bedacht ik dat dat leuke anekdotes zouden zijn om over te bloggen. Slechts één momentje heeft het uiteindelijk tot blogpost geschopt. Het notitieboekje ligt inmiddels al weken onaangeroerd op de bodem van mijn zwarte schoudertas.

donderdag 7 mei 2015

Het ongemak in het gangpad

Staan in de trein is zo'n beetje het grootste leed dat de forens kan overkomen. Helaas is deze kwelling der mensheid in de trein van Amsterdam naar Utrecht (en de andere kant op) aan de orde van de werkdag. Vanmiddag was het weer raak. Ik vond gelukkig snel een zitplek. Mijn meest favoriete ook nog: die ene stoel in de benedencoupé. Waar er geen buurmens is die te dicht tegen je aanzit, of meekijkt op je telefoon-, laptop- of tabletscherm, of uitgebreid de krant leest met zijn ene arm veel te diep in jouw personal space. Niet iedereen kon vanmiddag delen in dit ultieme levensgeluk. Het gangpad vulde zich met reizigers. Zelfs op het trapje was geen plaats meer om te zitten.

Naast mijn privéstoel stond een dame van een jaar of 40 met twee zware tassen om haar schouders. Tijdens de rit hupte ze telkens van haar ene op haar andere been. Ze zuchtte. Wist niet waar ze zich vast moest houden. Greep per ongeluk in mijn haren toen ze haar hand op de rugleuning van mijn stoel wilde leggen. Ze zuchtte nog eens. Zo vaak sta ik op haar plek. Ik voelde haar pijn.

Halverwege de reis bood ik haar mijn zitplek aan. "Waarom?" vroeg ze verbaasd toen ik haar zei dat ik graag voor haar opstond. "Om het leed een beetje te delen," zei ik. Ze vond het heel aardig, stribbelde nog wat tegen. Ik was al opgestaan en zei haar dat ik mijn plek met liefde afstond. "Ik weet niet of ik hetzelfde zou doen," zei ze. Ze bedankte me hartelijk en streek zichtbaar opgelucht neer in mijn favoriete stoel.

Het ongemak in het gangpad woog lang niet zo zwaar als het fijne gevoel zomaar iets liefs te doen voor een ander.

woensdag 14 januari 2015

Pubquiz

"We zijn al blij als we geen laatste worden," was het oordeel van het team, nadat de antwoorden waren ingeleverd en de punten werden geteld. Een paar rondes geleden zeiden we nog goedmoedig tegen elkaar: "Het linkerrijtje moet haalbaar zijn."

Een eeuwenlang durend kwartier volgde. De veertien teams werden één voor één opgenoemd, van de laatste plek naar de eerste. Steeds groter wordende ogen en drukke handgebaren van verrukking, toen we na plek vier nog steeds niet waren genoemd.

Derde plek? Nee, ook niet!
Tweede dan? Nee, een ander team.

Gedeeld eerste werden we.
Maar onze rekening moesten we uiteindelijk toch zelf betalen. Want weten wij veel hoeveel hotelbedden Amsterdam eigenlijk heeft.